Ecologie rondom de Minderbroederskerk (5)

In de stedelijke omgeving van Roermond, en onze kerk in het bijzonder, verwacht je behalve wat vogels geen spannend dierenleven. Toch schijn bedriegt. Natuurlijk broeden vogels als de houtduif in de Lindebomen of hoort u een merel fluiten. Maar wist u dat onze kerk en de directe omgeving ervan ook het jachtterrein is van de steenmarter? Dit diertje lijkt sprekend op de boommarter maar onderscheidt zich hiervan door de witte keelvlek waar de boommarter een okergele keelvlek heeft. Sinds het dier beschermd is nemen de aantallen toe. Hij is overigens voornamelijk in het oosten van het land te vinden.

De kop-romp lengte van de steenmarter is tot 50 centimeter, waarbij de staart circa 25 centimeter lang is. De mannetjes wegen 1,5 à 2 kilo waar de vrouwtjes tot 1,7 kilo wegen. Zijn dieet is gevarieerd en bestaat uit knaagdieren, eekhoorns, vruchten, bessen, vogels en eieren.

De paartijd is in het midden van de zomer. Hoewel de draagtijd slechts 30 dagen is, worden door een verlengde draagtijd de tot 4 jongen pas in de lente geboren. Na acht tot tien weken verlaten de jongen het nest dat in onder andere holle bomen of steenhopen is gemaakt.

Wanneer u dit artikel leest is het weer wintertijd. Veel dieren houden een winterslaap waaronder vleermuizen. Nadat deze nuttige diertjes in de zomer muggen en andere insecten gegeten hebben, nemen zij nu het kouder is hun toevlucht tot ondermeer kerkzolders waar ze tussen de balken wegkruipen om te overwinteren. Schade door vleermuizen ontstaat vrijwel nooit. De keuteltjes van vleermuizen zijn droog en laten zich gemakkelijk opvegen. De soorten die vaak op kerkzolders worden aangetroffen zijn gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, de laatvlieger en vooral de gewone dwergvleermuis. Zie de foto hieronder.

 

Een andere bekende verschijning bij kerken is de vogel die naar zijn gebruikelijke verblijfplaats vernoemd is. Ik heb het dan over de kerkuil.

 

Net als bij veel andere uilen is het vrouwtje zwaarder en groter dan het mannetje. Beiden jagen op knaagdieren en soms kleine vogels. Naast kerken zijn boomholtes, ruïnes, schuren, boerderijen en bijgebouwen de plaatsen waar ze hun nesten bouwen en waarin het monogame paartje in maart / april4 tot 6 spierwitte eieren legt.
De kerkuil was tot de beginjaren 50 een veel voorkomende uil. Door strenge winters en veranderingen in de agrarische sector waren er in 1979 nog maar hooguit 100 broedparen over. Door de zachtere winters nadien en vele duizenden nestkasten is het aantal broedparen weer toegenomen. Het verkeer eist echter ieder jaar helaas veel slachtoffers onder dieren, waaronder kerkuilen. Ook de eenvormigheid van ons landschap maakt het lastig voor de kerkuil. De vogel heeft nu niet meer de status bedreigd, maar is nog wel kwetsbaar.