Ecologie rondom de Minderbroederskerk (2)

In het vorige artikel over de Grijze Zandbij schreef ik u over Open Kerk zijn op de dinsdagmiddag tijdens de intelligente lockdown. Die eerste dinsdagmiddagen was het niet druk wat ruimte gaf om eens door de kerktuin te lopen.

Mij viel op dat in het gras, aan de kant van de Peregrines Vogelsstraat, allemaal aarden heuveltjes waren opgeworpen. Nieuwsgierig bekeek ik dat eens van dichtbij. Ik ontdekte vele tientallen van deze heuveltjes en vliegende en rondkruipende bijen – hommels met een grijs/witte vacht. Na onderzoek bleek het hier te gaan om de grijze zandbij.

Daarnaast vloog er een zeer snel bewegende, bijna kolibrieachtig, bij – hommel – vlieg. Ik kon het niet goed waarnemen. Behalve dat het diertje bruin behaard was met een, in verhouding tot het lijfje, lange naaldachtige snuit.

Met de mobiele telefoon was het uiteindelijk toch nog mogelijk om een paar matige foto’s te nemen. Deze heb ik geupload bij waarnemingen.nl. Hier kon deze soorten thuis gebracht worden en van naam voorzien.

Wat ik zag vliegen was de gewone wolzwever. Het blijkt niet te gaan om een hommel of een bij, maar om een vlieg. Deze soort komt in Nederland en België voor op zandige en zonnige taluds langs bosranden en in tuinen.

Het dier maakt gebruik van mimicry. Dat is wanneer een onschuldig dier lijkt op een minder onschadelijke soort. Zoals zweefvliegen wat lijken op bijen die voorzien zijn van een angel. Vliegetende dieren als vogels denken bij een wolzwever dat het een bij of hommel gaat en ontwijken deze.

De lange tong is bijna de helft van zijn lichaamslengte en dient om bij de nectar in een bloem te komen. Hiervoor hangt het dier doodstil in de lucht, net als een kolibrie en de kolibrievlinder. Hoewel doodstil, de vlieg slaat ongeveer driehonderd keer per seconde met de vleugels.

De larven van de wolzwever groeien op in de nesten van de zandbijen, waaronder dus de grijze zandbij waarover ik u in het vorige artikel over schreef. Het vrouwtje bepoedert haar rijpe eitjes eerst met zand zodat ze minder kleverig worden. Ze heeft daartoe een speciaal structuurtje aan het achterlijf. Ze vliegt vervolgens over de nestplaats van een zandbij en blijft even zweven voor de open nestingang om daar met een slingering van haar achterlijf een ei in te werpen.

De wolzwever larve kruipt in het nest van de zandbij en vervelt daar in een made. Het dier leeft eerst van de aanwezige stuifmeel voorraad en consumeert vervolgens de bijenlarve. Zo speelt in onze vreedzame kerktuin een harde strijd af om het voortbestaan.

Gerben Huberts