Van de predikant

We leven in de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Na de veertigdagentijd zijn we nu in de tweede etappe aanbeland: 50 dagen onderweg (vandaar ook de naam: ‘Pentacosta- 50e dag na Pasen).
Velen van u zijn al weken thuis. Al weken in isolatie. Hoeveel weken al? Hoeveel weken nog? Je kunt de actualiteitenprogramma’s, persconferenties of de statistieken van de RIVM nauwlettend in de gaten houden- maar zal het één el toevoegen aan ons leven? (Mattheus 6). Nee.
Sommigen van u worden opstandig. Beginnen te denken: “Zou ik toch maar eens een boodschapje gaan doen?”
Anderen willen liever niet weten hoe lang het nog moet duren. Ze kunnen het niet aan om hun geliefde niet te mogen bezoeken.

Voor allen zou ik willen adviseren:
Leef bij de dag.
Maak je geen zorgen over morgen, of over hoe lang het nog moet duren.
Elke dag is weer een nieuwe dag.
Beschouw het als een gift van God.
Maar leef ook (tijdelijk) met mate.
Beperk de wil van je geest, het consumentisme, je bewegingsvrijheid:
Houd nog even vol!

Ja, we zijn wellicht corona-moe. Murw. Het nieuwe is er van af. En we moeten nog even.
Maar ‘Houd vol’!
We zijn onderweg- met de genade van God als leeftocht. Met uitzicht op Jezus die ons daarin voorging.
Die de kruisdood stierf-
niet als geestelijke straf van God-
maar een maatschappelijke dood- voorbehouden aan slaven die bij hun meester wegliepen.
Als waarschuwing.
Hij nam die maatschappelijke vernedering, het stigma op zich- van een bevolkingsgroep die het laagste van het laagste was: de ongezienen, zij zonder status of bezit.

En zo toont God zich solidair met de mensen die vandaag het hardst door corona getroffen worden:
De kwetsbaarsten der kwetsbaarsten.
Mensen in vluchtelingenkampen, AZC’s, in Afrika.
De mensen die niet de luxe hebben om thuis te blijven.
De mensen die geen financiële buffer hebben, contract of voorraadkast vol.

God is solidair met hen. Jezus werd als mens onder deze mensen.
Om in hun lijden met hen te zijn.
Zelfs aan het kruis, toen Hij nog omzag naar de mannen die naast hem aan het kruis hingen.

Laten wij dan in Godsnaam, in Zijn navolging naar hen omzien:
Uit ons geestelijke cocon kruipen en op elke mogelijke wijze ons solidair tonen met hen:
door gebeden, aandacht, geld, middelen en onze stem verheffen voor hen.
En door thuis te blijven.
En onze liefde en steun te betuigen aan de allerkwetsbaarsten en de mensen die voor hen zorgen.

In Italie zijn er vele begrafenissen waar niet de mogelijkheid is tot afscheid of een officiele uitvaart of eerbetoon. Daar eren ze hun overledenen met de volgende tekst:

„Daar gaan ze. Weemoedig, stil, zo nederig en stil als hun leven is geweest, een leven van werk en opofferingen. Daar gaat een hele generatie, die de oorlog heeft gezien, de geur en de ontberingen ervan heeft gekend, de vlucht in een schuilkelder en de gretige zoektocht naar iets om de honger te stillen. De handen hard geworden door het eelt, de gezichten getekend door diepe rimpels, de herinnering aan dagen onder de verzengende zon of bijtende kou. Handen die puin hebben geruimd, cement aangemaakt, ijzer gebogen, in hun witte onderhemd en met een hoed van papier. Daar gaan de mensen van de Fiat 500, de eerste koelkasten, de zwartwit- televisie. Ze verlaten ons gewikkeld in een doek, zoals Christus in zijn lijkwade, de mensen van de economische boom die met hun zweet onze natie hebben herbouwd en ons de welvaart hebben geschonken waarvan we zorgeloos hebben geprofiteerd. Daar gaan de ervaring, het begrip, het geduld, de veerkracht, het respect, waarden die langzamerhand zijn vergeten. Ze gaan zonder een liefkozing, zonder dat iemand hun hand vasthoudt, zelfs zonder een laatste kus. Daar gaan onze grootouders, het historische geheugen van ons land, een kapitaal van de hele mensheid. Heel Italië moet GRAZIE zeggen en hen op deze laatste reis vergezellen met 60 miljoen liefkozingen.”

God ontferm u over hen.
God ontferm u over ons.
En doe ons in ontferming naar elkaar omzien.

Amen.

Ds Judith van den Berg