Van de predikant: 2020 en ‘De grond onder mijn voeten’

  • door
We zijn alweer ruim het nieuwe jaar in. Hopelijk heeft u ook goede en fijne feestdagen achter de rug. Als ik dit schrijf, ben ik nog maar net bekomen van de drukte van de feestdagen en een fikse griep. En dat maakt dat ik nog wat langer kon wennen aan dat nieuwe jaar 2020. Ik las in de media diverse bespiegelingen voor dit nieuwe jaar. Zowel terugblikkend naar 2010 als vooruitblikkend naar 2030 en 40.
Wat deed u 10 jaar geleden? En wat is er in de tussentijd veranderd?
En hoe kijkt u naar de komende 10 of wellicht wel 20 jaar?
In het Friesch Dagblad stond een serie over hoe de kerk (PKN) in 2040 eruit ziet. Diverse prominente kerkbestuurders werden gevraagd naar hun toekomstbeeld. Enerzijds ‘back to basics’, maar de verwachting is ook dat de kerken kleiner of meer regionaal zullen zijn. Feitelijk zijn de protestantse kerken in Limburg een voorloper op deze trend.
Daarom is het goed om daar af en toe bij stil te staan,
voor mij als predikant,
voor ons als kerkenraad en
voor onze Roermondse kerkgemeenschap.
Allereerst een paar interessante quotes:
“We moeten ervoor waken dat de kerk (in 2040) geen afgezonderde, gezellige club van gelijkgestemden wordt. Het evangelie is niet bestemd voor een een kleine groep, maar gaat allen aan. En in het spoor van Jezus vraagt het ons om gastvrij te zijn, ook als dat ongemakkelijk voelt en veel kost (scriba PKN Rene de Reuver).
Teleurstelling hoort bij de kerk net zoals bij het mens-zijn. De kerk wordt nooit zoals ik het wil. Nooit die grote verzoende diversiteit. Geloven-van-nu kenmerkt zich door beleving van het woord ‘ondanks’. Ondanks al datgene wat niet lukt, waar lijden is, gebrokenheid en eenzaamheid, vindt geloof en kerk-zijn haar kracht in hoop, in troost en ongeduldig wachten (rector PThU Mechteld Jansen).
Waarom?
Het doet me terug denken aan een beleidsmiddag met de kerkenraad voor het nieuwe beleidsplan. Wat is de bron van ons geloof en van ons kerk-zijn, vroegen wij onszelf af.  En dat een van de jeugdouderlingen ons meegaf: Blijf zoeken naar het ‘waarom’ in alles wat je doet in de kerk: Waarom geloof je, waarom ga je naar de kerk, waarom kom je bij elkaar en wil je het geloof doorgeven en voorleven aan je kinderen of wie dan ook?
Die vraag scherpt ons en vraagt ons ook om de focus te leggen op de kern van ons geloof: om hoofdzaak en bijzaken te onderscheiden. En dat het juist naar de toekomst toe belangrijk is om als gemeente hierover het gesprek aan te gaan en over van gedachten te wisselen: jong en oud, oud-gedienden en nieuwe toetreders, en alle soorten denominaties en geloofskleuren.
Juist in de ontmoeting ontdekken we iets over het ‘waarom’, ontdekken we wat heilige grond is, wat ons verbindt, of waarom iets ons pijn doet als het er niet meer is, of minder is.
Wij mensen leven in eenzelfde spanning van onvolmaaktheid, onvolkomenheid, met al die facetten in ons leven waarin wij zelf tekort schieten, gebrekkig zijn, maar ook zoeken naar houvast en grond in ‘geloof, hoop en liefde’, in God-met-ons en op die plekken waar wij in Zijn Naam samenkomen.
Daartussen zit spanning: in dat wat wij zouden willen, wensen of behouden en de realiteit en diversiteit. Zoals een lichaam wat bestaat uit verschillende delen.
Moge wij steeds weer opnieuw ontdekken wie het hoofd van dat lichaam is en het hoofd van onze kerk.
Moge wij zo vol vertrouwen het nieuwe jaar ingaan en de toekomst in: als mens, als gelovige en als kerkgemeenschap!
Wees de grond onder mijn voeten
wees het dak boven mijn hoofd
wijs mij richting op de route
naar de toekomst ons beloofd
Wees de bron waaruit ik put
Liefde, vrede en geluk.
Wees de stem in onze stilte
en het oor dat ons verstaat
wees de warmte als de kilte
onze liefde sterven laat;
En geef steeds betekenis
aan de vraag wat leven is.
Wees de ziel van mijn gedachten,
wees de drijfveer van mijn hand.
Breng het Rijk dat wij verwachten
mede door ons doen tot stand
Inspireer ons dag aan dag
met uw Geest en geef ons kracht.
Wees de zekerheid als twijfel
ons verlamt tot op het bot.
Laat in ons het inzicht rijpen
van wat mensen noemen ‘God’,
en zaai twijfel in mijn geest
als ik u te zeker weet.
(tekst Reinier Kleijer)