Kerk met breuklijnen

Kerk met breuklijnen

Het is herfstvakantie en vanwege een familiejubileum zijn we met mijn schoonouders in Berlijn. We fietsen op een zonnige herfstdag via het grote Tiergartenpark naar de Gedächtniskirche. Ooit een grote, prachtige kerk, maar verwoest  in de 2e Wereldoorlog door bombardementen. Alleen de kapotte kerktoren staat er nog als teken van blijvende herinnering aan de oorlog. Om ons te blijven herinneren: Dit nooit meer.
Timothy vraagt mij: waarom hebben ze de kerk nooit hersteld zoals hij vroeger was?
Dat zal hiermee te maken hebben: met de hoogmoed van keizers die deze kerken bouwden. Met de hoogmoed van mensen. Dat die kan ontaarden in iets gruwelijks.
In het plafond van het gerestaureerde deel van de kerk zie ik dat ze de scheuren tussen de plafondschilderingen met goud hebben opgevuld. Zichtbaar. En weer vraagt Timothy: Waarom hebben ze die muurschilderingen eigenlijk niet gerestaureerd zodat je de scheuren niet meer ziet? We denken allebei aan de herstelde plafondschilderingen van onze Minderbroederskerk na de aardbeving.
Twee verschillende kerken. Twee verschillende restauratie-keuzes. Twee verschillende geschiedenissen.
Vanwege het menselijk leed en de grote impact van de oorlog vind ik de keuze die de restaurateurs in Berlijn gemaakt hebben passend. Om het leed, het verlies en het kwaad niet te verdoezelen. Om de scheuren in de mensheid zichtbaar te laten. Om ze wel te herstellen, maar niet te verbergen.
Zoals in de Japanse kunst van kintsugi. Daar worden scherven gelijmd met goud. Zo worden de breuklijnen niet weggewerkt, maar geven ze juist karakter aan het serviesstuk dat gebroken is geweest. En zo is het ook met mensen: er is geen standaard plaatje of eenheidsworst. Ieder mens is uniek, juist met de combinatie van breukvlakken en mooie gedeeltes.
Het deed me denken aan de drielandenexcursie en viering van vorige maand. We waren te gast in Duitsland en kregen van de burgemeester van Elmpt een rondleiding over de verlaten luchtmachtbasis.  We waren zeer onder de indruk van de uitgestrektheid van het terrein en de verdedigingswerken als resultaat van de koude oorlog. Dat vormde de basis voor de viering aan het einde van de dag. We verzamelden ons in het prachtige protestantse kerkje van Waldniel en lieten ons inspireren door teksten over goed en kwaad. Zowel het onkruid als het graan is in ons, het groeit tegelijkertijd. De vraag is: Wat voeden we en hoe houden we het onkruid kort? Die vraag maakten we concreet door dat op een briefje te schrijven- waarbij onze buurman/vrouw uiteindelijk het briefje mocht versnipperen voor ons.  En als teken van vrede en hoop mocht iedereen naar voren komen om bollen te planten. In drie bakken, voor iedere kerk 1. We sloten de viering af met de zegen in drie talen.
Het was wonderschone viering.
Na afloop aten we met elkaar en vertelden verschillende mensen me hoe mooi ze de viering vonden. En hoe belangrijk het is om steeds weer op deze manier bij elkaar te komen, om samen te vieren, te delen: te zaaien van vrede. Juist na al die jaren van oorlog en herstel!
En dan denk ik: Jammer dat we dit zo weinig doen. Jammer dat zoveel mensen deze viering missen vanwege drukte, of omdat ze wat beters te doen hebben, of niet (meer) geïnteresseerd, of niet meer kunnen, of..?
Het is een breuk in mijn eigen denken: een gevoel van teleurstelling, van tegenvallen.
Ik poets hem niet weg.
Ik laat hem staan.
En vul de breuklijn met goud.
ds Judith