Van de predikant – November

Als ik bij mensen thuis kom die ik nog niet eerder via een kerkdienst of een activiteit heb kunnen ontmoeten, hoor ik vaak hoe belangrijk het Contactblad of een bezoekje van iemand van de kerk is. Zo fungeert het Contact, maar ook de contactpersoon uit uw wijk als een écht contact: dat mensen op de hoogte brengt van het wel en wee in de gemeente. Wederzijds! En als een levenslijn. Het doet mij, als predikant, ook weer stil staan bij onze grote, diverse gemeente en de veelheid van manieren waarop we communiceren. Via bezoek, telefoon, sms-bericht, what’s app of telegram, maar ook via de website, facebook of spontaan op straat (bij mij in Maasniel dan) of in de stad.

En hoe lastig het is als je niet meer zo mobiel bent, of zelf moeilijker dingen kunt ondernemen. Het doet me beseffen hoe groot de protestantse gemeente Roermond is in vergelijking met andere protestantse dorps- of wijkgemeentes, waar je als predikant alles op de fiets of lopend kunt doen. Waar je inderdaad even ‘binnen kunt wippen’ als er iemand ziek is, jarig, of een tijd niet naar de kerk kunt komen.

Dat maakt dat in onze gemeente we zeer zwaar leunen op onze PSW en de pastorale raad, de contactpersonen maar ook de (jeugd)ouderlingen wat betreft contact houden! Al die mensen die in hun eigen wijk of met hun lijstje ouderen bezoekjes afleggen, die op een zorgzame en betrokken manier ‘een levenslijn’ of contact houden. ‘Kerk zijn voor en met elkaar’.

“Want dat is waar iedereen toch naar verlangd: Gezien worden, gehoord, gewaardeerd?”

Soms schieten we daarin te kort. Verwachten we te veel. Wordt het eenzaam. Waarom zie ik nooit iemand van de kerk?

In deze tijd van ‘krimpende kerk’ en van afnemende financiën zal de druk steeds meer op de gemeente zelf komen te liggen, dan op een beroepskracht. Ook voor Roermond. Back to basics zegt de PKN, ofwel terug naar de basisgemeenten die in de vroeg-christelijke tijd ontstonden.

Dan is het des te belangrijker dat we met elkaar die zorgzame kerk zijn. Als lichaam van Christus, als kudde, of als wijnrank, of welk beeld u maar voor ogen heeft. Waarbij we allemaal een zorgtaak hebben om ‘elkaar’ erbij te houden. Of om de hand te reiken als de drempel hoog is. En om zelf iemand te bellen, in te schakelen of vragen als je een hulpvraag hebt.

“Komt allen tot mij die vermoeid zijn of belast”, zegt Jezus: op zo’n manier willen we ook voor elkaar zorgzame kerk zijn. Met elkaar.

Waar de jongere aan de oudere denkt en de oudere aan de jongere.
Omdat we samen het lichaam van die Ene vormen. Elkaar aanvullen.
Waar we naar elkaar toe groeien, van elkaar leren.
Als tegengeluid tegen de heersende geest van individualisme,
als bewijs dat de zachte krachten van aandacht, luisteren, geduld, vergeving en liefde overwinnen!

Hartelijke groet,

ds Judith

ps. vindt u het leuk om eens kennis te maken, schroom dan niet om dat via de telefoon of uw contactpersoon aan te geven!